ECLI:NL:PHR:2013:BZ3644
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling beperkte gemeenschap en verrekening huwelijkse voorwaarden na echtscheiding
De man en vrouw zijn op huwelijkse voorwaarden gehuwd met een beperkte gemeenschap van goederen, waaronder de echtelijke woning. Na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding ontstond een geschil over de verdeling van de beperkte gemeenschap en de verrekening van het vermogen. De vrouw vorderde toedeling van de woning aan de man met vergoeding van de helft van de overwaarde.
De woning was oorspronkelijk gemeenschappelijk eigendom van de man en zijn overleden eerdere echtgenote, waarvan de nalatenschap nog niet volledig was afgewikkeld. Het hof besloot de woning toe te delen aan de man tegen een waarde gebaseerd op een taxatie uit 2008 minus de verkoop van een deel van de tuin. De man werd veroordeeld een bedrag aan de vrouw te betalen ter compensatie van de overwaarde.
De man stelde in cassatie dat het hof ten onrechte de volle eigendom van de woning in de beperkte gemeenschap had betrokken, terwijl feitelijk slechts de helft van de woning aan hem toebehoorde en de andere helft nog eigendom was van de erfgename van zijn overleden echtgenote. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit uitgangspunt niet voldoende had gemotiveerd, maar dat dit gebrek niet tot vernietiging leidt omdat de waarde van de woning inclusief het vorderingsrecht tot levering van het onverdeelde aandeel redelijk is vastgesteld.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de verrekening en toedeling zoals door het hof vastgesteld, inclusief de betaling door de man aan de vrouw, rechtens toelaatbaar zijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofbesluit tot toedeling van de woning aan de man en betaling van € 116.214,50 aan de vrouw blijft in stand.