ECLI:NL:PHR:2013:BZ3666
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat bij partneralimentatie rekening moet worden gehouden met welstand tijdens huwelijk en afwijzing inzageverzoek verhuurinkomsten
In deze zaak staat de vaststelling van de hoogte van partneralimentatie centraal, waarbij de vrouw cassatie instelde tegen een beslissing van het hof. De vrouw stelde dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de welstand van partijen tijdens het huwelijk, onder meer door het buiten beschouwing laten van huurinkomsten uit een monumentenpand. Tevens verzocht zij op grond van art. 843a Rv om inzage in verificatoire bescheiden betreffende deze huurinkomsten.
De Hoge Raad bevestigt dat bij de bepaling van partneralimentatie niet alleen behoefte en draagkracht, maar ook niet-financiële omstandigheden zoals de welstand tijdens het huwelijk in aanmerking moeten worden genomen. Het hof had de behoeftelijst van de vrouw als uitgangspunt genomen en daarbij de welstand tijdens het huwelijk betrokken, wat in lijn is met vaste jurisprudentie.
Ten aanzien van het verzoek om inzage in documenten oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de vrouw geen belang meer had bij deze inzage, omdat uit de stukken en het verhandelde ter zitting voldoende was gebleken dat de huurinkomsten volledig werden besteed aan de kosten van het pand. De vrouw kon daarmee geen ander oordeel meer bereiken en het verzoek werd daarom terecht afgewezen.
De Hoge Raad wijst voorts op het belang van een voldoende gemotiveerde beslissing van de feitenrechter, maar benadrukt dat deze niet op alle grieven afzonderlijk hoeft te reageren indien het oordeel niet anders zou uitvallen. De cassatie wordt verworpen, waarmee het oordeel van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.