ECLI:NL:PHR:2013:BZ4477
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet-naleving aanwijzing opsporing en vervolging seksueel misbruik
De zaak betreft een veroordeling door het Gerechtshof Arnhem wegens seksueel binnendringen bij een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar. Verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen hechtenis. In cassatie werden vijf middelen voorgesteld, waarvan twee slaagden.
Het eerste middel betrof het standpunt dat de verklaring van het slachtoffer, opgenomen door de politie, niet als bewijs mocht dienen omdat deze was verkregen in strijd met de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit standpunt niet had beoordeeld en geen motivering had gegeven voor het gebruik van deze verklaring, wat nietigheid tot gevolg heeft.
Het derde middel betrof eenzelfde klacht over de verklaring van een getuige, die eveneens in strijd met de Aanwijzing was opgenomen en onbetrouwbaar was. Ook hiervoor oordeelde de Hoge Raad dat het hof niet had gemotiveerd waarom deze verklaring toch als bewijs was gebruikt, wat eveneens nietigheid tot gevolg heeft.
De overige middelen werden verworpen. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling in hoger beroep, waarbij het hof de naleving van de Aanwijzing en de bewijswaardering opnieuw moet beoordelen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens niet-naleving van de Aanwijzing, met terugverwijzing voor hernieuwde behandeling.