ECLI:NL:PHR:2013:BZ4478
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing aftrek voorarrest en gevolgen art. 80a RO
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor poging tot zware mishandeling met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. De Hoge Raad behandelt onder meer het verzuim van het hof om de aftrek van voorarrest toe te passen zoals voorgeschreven in art. 27 Sr Pro.
De Hoge Raad bevestigt dat sinds de invoering van art. 80a RO verzuimen die voorheen tot vernietiging van de uitspraak leidden, zoals het niet toepassen van aftrek voorarrest, niet langer automatisch tot cassatie nopen indien er geen voldoende in rechte te respecteren belang bestaat. Dit berust op het feit dat dergelijke fouten eenvoudig door de rechter of de administratie kunnen worden hersteld, waardoor de rechtszekerheid wordt bevorderd.
De conclusie gaat ook in op de wijze van aftrek, waarbij wordt aangegeven dat de gebruikelijke maatstaf van twee uren per dag geldt en dat bij een werkstraf de tijd in vrijheidsbenemende situaties op de taakstraf in mindering moet worden gebracht. Daarnaast bespreekt de Hoge Raad de verhouding tussen art. 80a RO en art. 81 RO Pro en benadrukt het belang van duidelijkheid over de herstelbevoegdheid van de administratie en de rechter.
Tot slot wordt geoordeeld dat het cassatieberoep faalt voor het middel dat klaagt over het niet toepassen van art. 27 Sr Pro, maar slaagt voor het middel dat klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn, hetgeen leidt tot strafvermindering. De bestreden uitspraak wordt daarom vernietigd voor zover het de straf betreft, verminderd en voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn, terwijl het middel over aftrek voorarrest faalt.