ECLI:NL:PHR:2013:BZ4496
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij beroving taxichauffeur
In de nacht van 15 mei 2002 werd een taxichauffeur in Zwolle gewelddadig beroverd door drie mannen die de taxi wilden stelen. De aangever verloor het bewustzijn na een worsteling waarbij een kabelslot om zijn keel werd getrokken en hij werd mishandeld met een voorwerp. De verdachte gebruikte een valse naam en ontkende betrokkenheid, maar twee medeverdachten verklaarden dat zij samen met hem de beroving hadden beraamd en uitgevoerd.
Er werd een geuridentificatieproef uitgevoerd met geurdoeken van het met bloed besmeurde kabelslot, die positief was voor de verdachte. Later bleek uit intern onderzoek dat in de periode 1997-2006 bij geuridentificatieproeven door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland regelmatig niet volgens protocol was gewerkt, waardoor de betrouwbaarheid van deze proeven twijfelachtig is.
De verdachte verzocht om herziening van zijn veroordeling op grond van deze onregelmatigheden. De Hoge Raad oordeelde echter dat er naast de geurproef voldoende bewijs was, waaronder verklaringen van medeverdachten, die zonder de geurproef tot dezelfde bewezenverklaring zouden leiden. Daarom was er geen ernstig vermoeden dat de verdachte zonder de geurproef vrijgesproken zou zijn.
De Hoge Raad wees het herzieningsverzoek af en bevestigde de eerdere veroordeling tot zeven jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot doodslag, zware diefstal met geweld en verboden wapenbezit. De zaak illustreert de zorgvuldigheid die vereist is bij het gebruik van geuridentificatieproeven als bewijs en de toetsing van nieuw bewijs in herzieningsprocedures.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen omdat voldoende ander bewijs de veroordeling ondersteunt ondanks onregelmatigheden bij de geuridentificatieproef.