ECLI:NL:PHR:2013:BZ5357
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruik appartement als pied-à-terre en kortdurend verblijf door derden toegestaan binnen reglement splitsing
De zaak betreft een geschil tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en een appartementseigenaar die haar appartement gebruikt als pied-à-terre en het met enige regelmaat voor korte periodes aan familie en vrienden ter beschikking stelt. De VvE stelt dat dit gebruik in strijd is met de splitsingsakte en het reglement, omdat het appartement niet als woonruimte wordt gebruikt door de eigenaar zelf en derden geen woongebruik maken.
Het gerechtshof heeft geoordeeld dat het gebruik van het appartement als pied-à-terre en het kortdurend ter beschikking stellen aan derden niet de grenzen overschrijdt van het gebruik overeenkomstig de bestemming woonruimte zoals bedoeld in het reglement. Tevens oordeelde het hof dat een appartementseigenaar bevoegd is om derden met toestemming in het appartement te laten verblijven, ook zonder eigen aanwezigheid, en dat de VvE dit in beginsel moet respecteren.
De VvE kwam in cassatie met vier middelen, waarin zij betoogde dat het hof een onbegrijpelijke uitleg gaf aan het begrip woonruimte en dat het toestaan van kortdurend verblijf door derden niet past binnen het reglement. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De conclusie van de Procureur-Generaal bevestigde dat het reglement geen beperking bevat die het kortdurend gebruik door derden zonder aanwezigheid van de eigenaar verbiedt.
Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand, dat het gebruik van het appartement als pied-à-terre en het kortdurend verblijf van derden toestaat binnen de grenzen van het reglement van splitsing.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de VvE wordt niet-ontvankelijk verklaard en het gebruik van het appartement als pied-à-terre en kortdurend verblijf door derden is toegestaan.