ECLI:NL:PHR:2013:BZ5391

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11/04466
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 36b lid 1 onder 4° SrArt. 78 ROArt. 404 SvArt. 552b lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging verbeurdverklaring na vrijspraak wegens onjuiste rechtsopvatting rechtbank

De Rechtbank te Middelburg sprak betrokkene vrij van de gehele tenlastelegging en verklaarde een aan hem toebehorende personenauto verbeurd. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld, dat door het Hof werd verstaan als beroep in cassatie. De Hoge Raad bevestigt dat tegen een vrijspraak geen hoger beroep openstaat, maar dat het beroep als cassatie moet worden opgevat.

De kernvraag betrof of de verbeurdverklaring naast de vrijspraak terecht was opgelegd. De Hoge Raad oordeelt dat verbeurdverklaring slechts kan worden uitgesproken bij een veroordeling wegens enig strafbaar feit, zoals bepaald in art. 33 lid 1 Sr Pro. Omdat betrokkene volledig is vrijgesproken, is de verbeurdverklaring onrechtmatig.

De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis voor zover het de verbeurdverklaring betreft en laat de mogelijkheid open dat de Officier van Justitie een vordering tot onttrekking aan het verkeer kan indienen, waarop de Rechtbank bij afzonderlijke beschikking moet beslissen. De overige middelen blijven buiten bespreking.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring van de personenauto wegens onjuiste rechtsopvatting na vrijspraak van betrokkene.

Conclusie

Nr. 11/04466
Mr. Vellinga
Zitting: 29 januari 2013
Conclusie inzake:
[Betrokkene]
1. De Rechtbank te Middelburg heeft betrokkene bij vonnis van 21 februari 2011 vrijgesproken van het hem tenlastegelegde en een aan betrokkene toebehorende personenauto verbeurdverklaard. Het tegen het vonnis ingestelde hoger beroep is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch verstaan als een beroep in cassatie.
2. Namens betrokkene heeft mr. A.I. Cambier, advocaat te Axel, drie middelen van cassatie voorgesteld.
3. Alvorens de middelen te bespreken dient de vraag onder ogen te worden gezien of het Hof terecht heeft geoordeeld dat voor betrokkene tegen het vonnis van de Rechtbank geen hoger beroep openstond en het ingestelde hoger beroep derhalve diende te worden verstaan als beroep in cassatie.
4. Te dien aanzien zijn de volgende bepalingen van belang:
Art. 78 RO Pro:
"1. De Hoge Raad neemt kennis van het beroep in cassatie tegen de handelingen, arresten, vonnissen en beschikkingen van de gerechtshoven en de rechtbanken, ingesteld hetzij door een partij, hetzij "in het belang der wet" door de procureur-generaal bij de Hoge Raad.
(...)
5. Een partij kan geen beroep in cassatie instellen indien voor haar een ander gewoon rechtsmiddel openstaat of heeft opengestaan."
- Art. 404 Sv Pro:
"1. Tegen de vonnissen betreffende misdrijven, door de rechtbank als einduitspraak of in de loop van het onderzoek ter terechtzitting gegeven, staat hoger beroep open voor de officier van justitie bij het gerecht dat het vonnis heeft gewezen, en voor de verdachte die niet van de gehele telastlegging is vrijgesproken.
5. In aanmerking genomen dat de Rechtbank de betrokkene inderdaad van de gehele tenlastelegging heeft vrijgesproken heeft het Hof gelet op het bepaalde in art. 404 lid 1 Sv Pro terecht geoordeeld dat voor de betrokkene geen hoger beroep tegen het vonnis van de Rechtbank openstond en het ingestelde hoger beroep dus moet worden opgevat als beroep in cassatie.
6. De vraag is of het voorgaande anders wordt wanneer in aanmerking wordt genomen dat de Rechtbank naast de vrijspraak van de gehele tenlastelegging ook de straf van verbeurdverklaring heeft opgelegd. Mijns inziens is dat niet het geval omdat de betrokkene, zoals art. 404 lid 1 Sv Pro zegt, van de gehele tenlastelegging is vrijgesproken. Enige steun voor deze opvatting valt te ontlenen aan HR 14 december 2010, LJN BM9420, NJ 2011, 19 waarin de Hoge Raad oordeelde dat tegen een vonnis, houdende vrijspraak alsmede onttrekking aan het verkeer, cassatie open stond. Niet meer dan enige steun, omdat in die uitspraak ook een rol speelde dat in geval van vrijspraak bij afzonderlijke beschikking onttrekking aan het verkeer kan worden uitgesproken en ingevolge art. 552f Sv cassatieberoep openstaat tegen een door de Rechtbank gegeven beschikking tot onttrekking aan het verkeer.
7. Uit een ander vloeit voort dat de betrokkene in zijn beroep in cassatie tegen het vonnis van de Rechtbank kan worden ontvangen.
8. Het eerste middel klaagt dat de Rechtbank heeft miskend dat verbeurdverklaring enkel kan worden uitgesproken bij een veroordeling ter zake van enig strafbaar feit.
9. Het middel is terecht voorgesteld. Voor verbeurdverklaring dient sprake te zijn van "veroordeling wegens enig strafbaar feit" (art. 33 lid 1 Sr Pro). De bewoordingen van art. 33 lid 1 Sr Pro laten dus niet toe dat verbeurdverklaring wordt uitgesproken in geval de verdachte, zoals in casu, van de gehele tenlastelegging is vrijgesproken.(1) Het oordeel van de Rechtbank dat de personenauto vatbaar is voor verbeurdverklaring geeft derhalve blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
10. Het middel slaagt.
11. Het voorgaande brengt mee dat de overige middelen buiten bespreking kunnen blijven. Doelmatigheidshalve kan de Hoge Raad volstaan met de vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank voor wat betreft de verbeurdverklaring. Dit laat de mogelijkheid open dat de Officier van Justitie een vordering tot onttrekking aan het verkeer van de personenauto indient waarop de Rechtbank bij afzonderlijke beschikking dient te beslissen (art. 36b lid 1 onder 4°, Sr jo. 552f lid 2 Sv).
12. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid het bestreden vonnis ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis, voor wat betreft de verbeurdverklaring.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Vgl. HR 25 januari 2005, LJN AR7226, NS 2005, 51 voor een vergelijkbare overweging ingeval de verdachte van alle rechtsvervolging is ontslagen.