ECLI:NL:PHR:2013:BZ5391
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verbeurdverklaring na vrijspraak wegens onjuiste rechtsopvatting rechtbank
De Rechtbank te Middelburg sprak betrokkene vrij van de gehele tenlastelegging en verklaarde een aan hem toebehorende personenauto verbeurd. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld, dat door het Hof werd verstaan als beroep in cassatie. De Hoge Raad bevestigt dat tegen een vrijspraak geen hoger beroep openstaat, maar dat het beroep als cassatie moet worden opgevat.
De kernvraag betrof of de verbeurdverklaring naast de vrijspraak terecht was opgelegd. De Hoge Raad oordeelt dat verbeurdverklaring slechts kan worden uitgesproken bij een veroordeling wegens enig strafbaar feit, zoals bepaald in art. 33 lid 1 Sr Pro. Omdat betrokkene volledig is vrijgesproken, is de verbeurdverklaring onrechtmatig.
De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis voor zover het de verbeurdverklaring betreft en laat de mogelijkheid open dat de Officier van Justitie een vordering tot onttrekking aan het verkeer kan indienen, waarop de Rechtbank bij afzonderlijke beschikking moet beslissen. De overige middelen blijven buiten bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring van de personenauto wegens onjuiste rechtsopvatting na vrijspraak van betrokkene.