ECLI:NL:PHR:2013:BZ5401
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep en cassatie tegen beslissing tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke jeugddetentie
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank te 's-Gravenhage van 16 mei 2011. Deze beslissing betrof de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van drie maanden, welke was vervangen door een gevangenisstraf van gelijke duur.
Namens de veroordeelde werd cassatieberoep ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door het hof. De Hoge Raad overweegt echter dat op grond van artikel 14j, eerste lid tweede volzin, in verbinding met artikel 77ee, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging van een straf die geen deel uitmaakt van een uitspraak ter zake van andere strafbare feiten, geen rechtsmiddel openstaat.
Dit betekent dat het hof terecht de veroordeelde niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep en dat ook cassatieberoep niet mogelijk is. De door de veroordeelde aangevoerde bezwaren ten aanzien van de ontvankelijkheid van het hoger beroep en cassatieberoep kunnen hieraan niet afdoen. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in het beroep.
Uitkomst: De veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en cassatie tegen de beslissing tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke jeugddetentie.