ECLI:NL:PHR:2013:BZ5407

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/03230 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling juiste maatstaf bij beslag en teruggave van eigendom volgens art. 94a Sv

In deze zaak stond de beoordeling centraal van een klaagschrift tegen het uitblijven van teruggave van een inbeslaggenomen personenauto die eigendom is van een derde, niet-verdachte. Het hof had het klaagschrift ongegrond verklaard omdat het belang van strafvordering zich zou verzetten tegen teruggave zolang de ontnemingsprocedure nog niet onherroepelijk was.

De Hoge Raad herhaalt de maatstaf uit eerdere jurisprudentie dat wanneer een derde eigenaar is van het in beslag genomen voorwerp, de rechter moet vaststellen of dit buiten redelijke twijfel vaststaat. Indien dat het geval is, moet het voorwerp worden teruggegeven tenzij de uitzonderingen van art. 94a lid 3 of 4 Sv zich voordoen.

De Hoge Raad concludeert dat het hof een onjuiste maatstaf heeft toegepast door het belang van strafvordering te laten prevaleren zonder eerst te toetsen of de klager als eigenaar kon worden aangemerkt. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor hernieuwde beoordeling volgens de juiste maatstaf.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling volgens de juiste maatstaf voor teruggave van beslag.

Conclusie

Nr. 12/03230 B
Mr. Vellinga
Zitting: 29 januari 2013
Conclusie inzake:
[Klager]
1. Bij beschikking van 11 juni 2012 (nr. 000290-12) heeft het gerechtshof te 's-Hertogenbosch het klaagschrift strekkende tot een last tot teruggave van een onder [medeklager] in beslaggenomen personenauto, merk Audi A6, kenteken [AA-00-BB] ongegrond verklaard.
2. Namens verdachte heeft mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, één middel van cassatie voorgesteld. Er bestaat samenhang tussen de zaken 12/03230 B en 12/04817 B. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Het middel klaagt dat het Hof bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuist criterium heeft aangewend.
4. 's Hofs beschikking houdt, voor zover hier van belang, in:
"Het klaagschrift richt zich tegen het uitblijven van een last tot teruggave van de in het klaagschrift genoemde en onder [medeklager] in diens strafzaak inbeslaggenomen personenauto, merk Audi A6, kenteken [AA-00-BB].
Bij een gelijktijdig op 13 februari 2012 ingediend klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering heeft [medeklager] verzocht de teruggave van genoemde personenauto Audi A6 te gelasten aan [klager], welk voertuig in eigendom toebehoort aan [klager].
Blijkens kennisgeving van inbeslagneming ex artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering is op genoemde personenauto conservatoir beslag gelegd ingeval aan [medeklager] de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt opgelegd.
(...)
Naar het oordeel van het hof verzet het belang van Strafvordering zich tegen teruggave, zoals door verzoeker verzocht, omdat in de aangekondigde ontnemingsprocedure nog niet onherroepelijk einduitspraak is gedaan en het inbeslaggenomene kan dienen tot verhaal van het in de ontnemingszaak eventueel toe te wijzen bedrag.
Gelet op het bovenstaande zal het hof -overeenkomstig het advies van de advocaat-generaal- het beklag ongegrond verklaren."
5. In zijn beschikking van 28 september 2010, BL2823, NJ 2010, 654, m.nt. P.A.M. Mevis overwoog de Hoge Raad - met inbegrip van de hier niet vermelde voetnoten -:
"Art. 94a Sv: toetsingsmaatstaven
2.14. Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een beslag als bedoeld in art. 94a, eerste of tweede lid, Sv dient de rechter te onderzoeken a. of er ten tijde van zijn beslissing sprake was van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en b. of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.
2.15. Indien een derde - als zodanig kan ook gelden degene onder wie het beslag feitelijk is gelegd, maar tegen wie het straf-rechtelijk onderzoek niet is gericht - die stelt eigenaar te zijn, op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift heeft ingediend, dient de rechter als maatstaf aan te leggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klager als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk te geven. Indien de klager als eigenaar wordt aangemerkt, zal de rechter tevens moeten onderzoeken en daarvan blijk moeten geven of zich de situatie van art. 94a, derde of vierde lid, Sv voordoet."
6. In aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat het beslag is gelegd op de voet van art. 94a Sv in de strafzaak tegen [medeklager] en dat klager, tegen wie het strafrechtelijk onderzoek niet is gericht, stelt eigenaar te zijn van de auto, volgt uit de hiervoor aangehaalde passage dat het Hof voor wat betreft de ongegrondverklaring van het beklag niet de juiste maatstaf heeft toegepast.
7. Het middel slaagt.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG