ECLI:NL:PHR:2013:BZ5673
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens verzwijging eigendom onroerend goed in Turkije
Verzoekers zijn in 2009 onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. In 2012 heeft de rechtbank deze regeling tussentijds beëindigd zonder verlening van een schone lei vanwege het verzwijgen van eigendom van een stuk grond in Turkije.
Verzoekers gingen in hoger beroep, maar het hof Den Haag bekrachtigde in februari 2013 het vonnis van de rechtbank. Verzoekers kwamen hiertegen in cassatie met drie middelen, die alle werden verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de volmacht correct heeft uitgelegd en dat verzoekers onvoldoende hebben onderbouwd dat zij niet wisten dat zij eigenaar waren van het perceel. De stelplicht van verzoekers was tekortgeschoten, waardoor het hof terecht de bewijsopdracht heeft opgelegd en het eigendom aannam.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op grond van art. 80a RO, waarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling standhoudt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling blijft in stand.