ECLI:NL:PHR:2013:BZ5674
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling zonder schone lei
De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen het arrest van het hof Den Bosch waarin de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van verzoeker werd bekrachtigd. De schuldsaneringsregeling was eerder door de rechtbank Breda van toepassing verklaard en vervolgens tussentijds beëindigd wegens tekortkomingen in de informatieplicht en medewerking van verzoeker.
Verzoeker stelde in cassatie dat het hof een onjuiste maatstaf had gehanteerd bij de beoordeling van zijn informatieplicht en dat zijn emotionele uitlatingen over zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende in acht waren genomen. Het hof had onder meer geoordeeld dat verzoeker niet had voldaan aan de regels die gelden voor een adequate uitvoering van de schuldsaneringsregeling, waaronder het niet informeren over zijn woon- of verblijfplaats en een weinig coöperatieve houding.
De Hoge Raad overwoog dat de cassatiemiddelen niet slaagden omdat het hof de juiste maatstaf had toegepast en de emotionele uitlatingen van verzoeker niet feitelijk onjuist waren bevonden. Bovendien kan de cassatierechter geen herbeoordeling van de feiten verrichten. Het verzoek tot niet-ontvankelijkheid werd eveneens behandeld.
De uitspraak bevestigt dat een schuldsaneringsregeling tussentijds kan worden beëindigd indien de schuldenaar tekortschiet in zijn verplichtingen, zoals het verstrekken van informatie en medewerking, en dat emotionele omstandigheden dit niet zonder meer kunnen rechtvaardigen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens tekortschietende informatieplicht en medewerking van verzoeker.