ECLI:NL:PHR:2013:BZ5902
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstane schulden
Verzoekster diende een verzoek in tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, dat door de rechtbank 's-Gravenhage werd afgewezen omdat onvoldoende duidelijkheid bestond over de ontstaansdata van de schulden en het te goeder trouw ontstaan daarvan.
Het hof bevestigde deze afwijzing in hoger beroep, stellende dat vrijwel alle schulden binnen vijf jaar voor het verzoek waren ontstaan en dat niet was komen vast te staan dat de nieuwe schulden te goeder trouw waren ontstaan en onbetaald gebleven. Dit vormde een belemmering voor toelating tot de regeling.
Verzoekster stelde cassatie in bij de Hoge Raad, die de klachten verwierp. De Hoge Raad benadrukte dat artikel 288 lid 2 sub c Faillissementswet Pro een verplichte afwijzingsgrond inhoudt en dat het niet voldoende is dat schuldenaar zijn schulden niet meer kan voldoen; de schulden moeten ook te goeder trouw zijn ontstaan.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat niet is aangetoond dat de schulden te goeder trouw zijn ontstaan en dat het cassatieberoep daarom geen succes heeft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.