ECLI:NL:PHR:2013:BZ5959

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 april 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/00316 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 11 OpiumwetArt. 12 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking inzake conservatoir beslag wegens onvoldoende motivering

De Rechtbank Zwolle - Lelystad verklaarde het klaagschrift van klager tegen het conservatoir beslag op zijn personenauto ongegrond. De rechtbank motiveerde dat het beslag gegrond was op verdenking van feiten onder de Opiumwet, waarbij een geldboete van de vijfde categorie mogelijk is, en dat het beslag niet disproportioneel was.

De Hoge Raad stelt vast dat de rechtbank heeft verzuimd te onderzoeken of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later een geldboete of ontnemingsmaatregel zal opleggen. Deze toetsing is vereist op grond van eerdere jurisprudentie (HR 28 september 2010, LJN BL2823).

Door dit verzuim is de beschikking onvoldoende gemotiveerd en dient deze te worden vernietigd. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling van het klaagschrift op basis van de juiste maatstaf.

De conclusie van de Procureur-Generaal bevat geen andere vernietigingsgronden en beperkt zich tot het vernietigen en verwijzen van de zaak.

Uitkomst: De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem.

Conclusie

Nr. 12/00316 B
Mr. Vellinga
Zitting: 5 februari 2013
Conclusie inzake:
[Klager]
1. Bij beschikking van 7 december 2011 heeft de Rechtbank te Zwolle - Lelystad het beklag strekkende tot teruggave van een onder klager inbeslaggenomen personenauto ongegrond verklaard.
2. Namens klager heeft mr. J. Michels, advocaat te Amersfoort, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat de Rechtbank aan haar oordeel geen juiste maatstaf ten grondslag heeft gelegd.
4. De Rechtbank heeft in de bestreden beschikking ter motivering van de ongegrondverklaring van het klaagschrift overwogen:
"De rechtbank is van oordeel dat het conservatoir beslag op juiste gronden, te weten in verband met artikel 11 en Pro 12 van de Opiumwet - ook feiten bevattende waarvoor een geldboete van de 5e categorie is toegestaan- , is gelegd.
Het is aan de rechtbank, later inhoudelijk de strafzaak beoordelend, om ook ten aanzien van de teruggevraagde personenauto een beslissing te nemen. De rechtbank acht het beslag voorshands, gelet op de uit het dossier naar voren komende verdenkingen, niet disproportioneel."
5. In het onderhavige geval was op de personenauto conservatoir beslag gelegd. Over de bij de beoordeling van een klaagschrift aan te leggen toetsingsmaatstaven overwoog de Hoge Raad in zijn arrest van HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010, 654, m.nt. P.A.M. Mevis - met inbegrip van de hier niet vermelde voetnoten -:
"2.14. Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een beslag als bedoeld in art. 94a, eerste of tweede lid, Sv dient de rechter te onderzoeken a. of er ten tijde van zijn beslissing sprake was van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en b. of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen."
6. De Rechtbank heeft verzuimd te onderzoeken of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen. Derhalve is de bestreden beschikking onvoldoende met redenen omkleed.
7. Het middel slaagt.
8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop de bestreden beschikking zou dienen te worden vernietigd.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Arnhem teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG