ECLI:NL:PHR:2013:BZ5960
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontoereikende motivering bewezenverklaring verduistering
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage het vonnis van de Kinderrechter bevestigd waarbij de verdachte is veroordeeld wegens verduistering van een bankpas en identiteitskaart. De bewezenverklaring bevatte dat de verdachte in de periode van 8 tot en met 12 oktober 2010 de goederen onder zich had en zich wederrechtelijk had toegeëigend.
De Hoge Raad stelt echter vast dat uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte de bankpas en identiteitskaart daadwerkelijk in de bewezenverklaarde periode onder zich had. De verklaring dat de verdachte de pasjes had gevonden is onvoldoende om de bewezenverklaring te dragen. Hierdoor is de bewezenverklaring niet voldoende gemotiveerd en is sprake van een nietigheid ex art. 359 lid 8 Sv Pro.
Het hof had het vonnis niet mogen bevestigen zonder de gronden aan te vullen. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het betrekking heeft op dit feit en de opgelegde straf en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling. Andere middelen van cassatie worden afgewezen of behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontoereikende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.