ECLI:NL:PHR:2013:BZ6503
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bekennende verklaring in hennepzaak ondanks betwisting over THC-gehalte
In deze zaak stond verdachte terecht voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 20 kilogram hennep. Tijdens de behandeling in eerste aanleg verklaarde verdachte dat hij samen met een medeverdachte de partij wiet wilde verkopen, hoewel hij twijfelde over het THC-gehalte van de monsters. De verdediging voerde aan dat niet vaststond dat het om hennep met THC ging, mede omdat een deel van de partij beschimmeld was.
De rechtbank veroordeelde verdachte en volstond met een opgave van bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte. In hoger beroep werd geen vrijspraak bepleit en beperkte het appel zich tot de ontvankelijkheid van het OM en de strafmaat. Het hof achtte de verklaring van verdachte duidelijk en ondubbelzinnig als een bekentenis van het ten laste gelegde feit.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat sprake was van een bekennende verklaring, ook al had de raadsman in eerste aanleg vrijspraak bepleit. De verklaring werd mede in het licht van de gewijzigde verdedigingsstrategie in hoger beroep uitgelegd. Het middel van cassatie faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot zes maanden gevangenisstraf voor medeplegen van het aanwezig hebben van circa 20 kilogram hennep.