ECLI:NL:PHR:2013:BZ6520
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onvoldoende grond voor opzetverweer
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft vastgesteld dat verdachte op 18 augustus 2010 te Rotterdam met opzet op een persoon heeft geschoten met een vuurwapen, met het oogmerk om die persoon van het leven te beroven, hoewel het misdrijf niet is voltooid.
Verdachte stelde in cassatie dat het opzet ontbrak omdat het wapen tijdens een worsteling afging en dat sprake was van noodweer of noodweerexces. Het hof heeft dit verweer niet afzonderlijk behandeld, maar de Hoge Raad stelt vast dat uit het bewijsmateriaal blijkt dat verdachte het vuurwapen bewust op het hoofd van het slachtoffer richtte en de trekker overhaalde, waarna het wapen weigerde en later tijdens de worsteling opnieuw afging.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het opzet heeft aangenomen en dat het verweer onvoldoende is onderbouwd. Een onjuist onderdeel in de bewezenverklaring over een klap op het hoofd van verdachte leidt niet tot vernietiging omdat dit onderdeel kan worden weggelaten zonder nadeel voor verdachte. Het cassatieberoep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het hof terecht het opzet tot poging tot doodslag heeft bewezen.