ECLI:NL:PHR:2013:BZ6607
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid curator wegens schending zorgplicht ondanks onbekendheid met benoeming
De zaak betreft de aansprakelijkheid van een curator die werd benoemd voor een meerderjarige onder curatele gestelde persoon, maar die stelde niet op de hoogte te zijn geweest van zijn benoeming. De curanda was onder curatele gesteld en na een procedure werd een onafhankelijke derde als curator benoemd. Later ontstonden twijfels over het functioneren van deze curator, waarna hij werd ontslagen en een nieuwe curator werd benoemd.
De nieuwe curator stelde vast dat er aanzienlijke bedragen van de bankrekening van de curanda waren opgenomen tijdens de periode dat de eerste curator en zijn opvolger waren aangesteld. De nieuwe curator dagvaardde de gewezen curator tot betaling van het bedrag. De gewezen curator voerde verweer dat hij niet verantwoordelijk kon worden gehouden omdat hij niet wist dat hij benoemd was en geen beschikking had ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat de taak van de curator aanvangt bij het in kracht van gewijsde gaan van de benoemingsbeschikking en dat het niet ontvangen van de beschikking niet aan de curator ontslaat van zijn zorgplicht. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de cassatie, waarbij werd overwogen dat de curator zich had bereid verklaard en het op zijn weg had gelegen om zich te informeren. Het hof had voldoende gemotiveerd geoordeeld dat de curator niet toerekenbaar tekortgeschoten was, mede gelet op het ontbreken van bewijs dat hij eerder van zijn benoeming wist.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid van de curator ondanks zijn onbekendheid met de benoeming.