ECLI:NL:PHR:2013:BZ6608
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw
Verzoeker tot cassatie heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank wees dit verzoek af omdat onvoldoende aannemelijk was dat verzoeker zijn verplichtingen uit de regeling naar behoren zou nakomen, waaronder het streven om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Verzoeker kreeg de gelegenheid om te solliciteren naar een fulltime baan en om informatie te verstrekken over de ontstaansdata van enkele telefoonschulden, maar voldeed hier niet aan.
Het hof 's-Gravenhage bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat het verzoek niet toewijsbaar was omdat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was bij het aangaan en/of het onbetaald laten van twee telefoonschulden uit 2010 en 2011, tezamen circa € 3.070. Hoewel verzoeker op de goede weg was met het verwerven van inkomsten door werk, woog dit niet op tegen de verwijtbaarheid van het ontstaan van deze schulden.
Het cassatieberoep is tijdig ingesteld, maar de Hoge Raad concludeert dat geen van de middelen slaagt. Het hof heeft geen onjuiste rechtsopvatting gegeven door het verzoek op een andere grond af te wijzen dan de rechtbank. Ook is het oordeel over de goede trouw en de relevante schuldenlast niet onbegrijpelijk. Verzoeker heeft bovendien nagelaten om tijdig onderbouwing te leveren over de datum van de telefoonschulden, zodat het hof terecht geen aanvullende termijn heeft gegeven.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a lid 1 RO.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.