1 Belastingdienst P.
2 Rechtbank Arnhem 24 april 2012, nr. 11/01807, LJN: BW3587, NTFR 2012/1234 m. nt. Molenaar.
3 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, gesloten te Washington D.C. op 18 december 1992, Trb. 1993, 77.
4 Resolutie van de Staatssecretaris van Financiën van 11 juli 1994, nr. IFZ 94/779, VN 1994/3155.5, BNB 1994/301. Zie onderdeel 4.6. De Resolutie is inmiddels vervangen door het besluit van 18 juli 2008, nr. CPP2007/664M, Stcrt. 2008, 151 (BNB 2008/26; VN 2008/39.7).
5 De voetnoten in de citaten zijn in deze conclusie niet geciteerd, tenzij anders vermeld.
6 Brief van de Staatssecretaris van Financiën van 14 augustus 1997 inzake Internationaal fiscaal (verdrags)beleid, Kamerstukken II 1996/97, 25 087, nr. 3, VN 1997/3140. 9.
7 Kamerstukken II 1992/93, 23 220, nr. 3, VN 1993/2102.4.
8 Goedkeuring van 3 augustus 1981, nr. 081-1588, BNB 1981/304. In verband met de inwerkingtreding van de Resolutie (4.7) is met ingang van 1 januari 1994 deze goedkeuring ingetrokken. Deze intrekking is geregeld in de resolutie van de staatssecretaris van Financiën van 11 juli 1994, nr. IFZ94/794, BNB 1994/301.
9 Resolutie van de Staatssecretaris van Financiën van 11 juli 1994, nr. IFZ 94/779, VN 1994/3155.5, BNB 1994/301.
10 Mededeling staatssecretaris van Financiën 7 december 1994, nr. IFZ94/1136, VN 1994/4012, pt. 6.
11 Mededeling staatssecretaris van Financiën 12 februari 1996, nr. IFZ96/71, VN 1996/1017, pt 7. Als gevolg van de inwerkingtreding van het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 18 juli 2008, nr. CPP2007/664, VN 2008/39.7 inmiddels vervallen.
12 Syllabus Vrijstelling, Verrekening, Verliescompensatie Internationaal Belastingrecht, Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 13 april 2004, nr. IFZ 2004/236, NTFR2004/641.
13 Voetnoot uit citaat: Zie in dit verband de notitie internationaal fiscaal (verdrags)beleid, Kamerstukken II 1996/97, 25087, nr. 1, par 5.3.
14 Hoge Raad 4 juni 1980, nr. 19 058, LJN: AB8781, BNB 1980/218 m. nt. H. Schuttevâer, NJ 1981/564 m. nt. M. Scheltema.
15 Hoge Raad 28 maart 1990, nr. 25 668, LJN: ZC4258, BNB 1990/194 m. nt. P. den Boer, FED 1990, 878 m. nt. Ch.J. Langereis, VN 1990/1383 m. nt. Red.
16 Hoge Raad 30 maart 2007, nr. 43 098, LJN: BA1835, BNB 2007/223 m. nt. R.H. Happé, FED 2007, 39 m. nt. P.G.H. Albert, NTFR 2007, 649 m. nt. Wolvers, VN 2007/26.10 m. nt. Red.
17 Redactie Vakstudie Nieuws, aantekening bij VN 1994/3155.5.
18 Redactie Vakstudie Nieuws, aantekening bij VN 1994/4012.6.
19 Redactie Vakstudie Nieuws, aantekening bij VN 1997/3140. 9.
20 T. Bender, Vrijstelling ter voorkoming van internationaal dubbele belasting, Deventer: Kluwer 2000, Fiscale Monografieën, p. 70 e.v.
21 Besluit van 21 december 2000, houdende vaststelling van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001, Stb. 2000, 642.
22 Nota van toelichting bij het besluit van 21 december 1989, houdende vaststelling van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, Stb. 1989, 594, p. 13.
23 Nota van toelichting bij het besluit van 21 december 2000, houdende vaststelling van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001, Stb. 2000, 642, p. 36.
24 HR 17 april 1929, B. nr. 4496.
25 HR 23 december 1953, nr. 11 402, BNB 1954/38 (m.nt. Peeters).
26 Hoge Raad 27 maart 1991, nr. 26 409, LJN: ZC4541, BNB 1991/204 m. nt. Van Brunschot, FED 1991/330 m. nt. M.R. Reuvers, VN 1991/2479 m. nt. Red.
27 Hoge Raad 16 oktober 1996, nr. 31 523, LJN: AA1724, BNB 1996/396, FED 1996/947 m. nt. X.G.R. Auerbach, VN 1996/4271 m. nt. Red.
28 Besluit van 18 december 2000, nr. IFZ2000/1329M, Infobulletin 2001/2.
29 M. Romyn, De toepassing van de onderworpenheidseis in de eenzijdige regeling, WFR 1985/1507, p. 1507-1515.
30 J. van Soest, conclusie voor HR 4 juni 1986, nr. 23 614, LJN: AW8002, BNB 1986/239.
31 T. Bender, Vrijstelling ter voorkoming van internationaal dubbele belasting, Deventer: Kluwer 2000, Fiscale Monografieën, p. 38 e.v.
32 Voetnoot uit citaat: Zie o.a. Fiscale Encyclopedie De Vakstudie, Wet Vpb bijlage 1 Besluit voorkoming dubbele belasting 1989, ad art. 2, aantekening 12; Van Raad, Cursus (losb.) 2.3.0.C.
33 Voetnoot uit citaat: Zie o.a. de Nota van Toelichting bij het Bvdb 1989, artikelsgewijze toelichting, Artikel 2, lid 2: Het is ... niet relevant of feitelijk geen belasting wordt geheven, bijvoorbeeld als gevolg van een vrijstelling aan de voet of door de invloed van compensabele verliezen'. Ook dit is al van oudsher zo. In HR 17 april 1929, B. 4496 is al beslist dat Res. 7 juli 1920 nr. 85 (een van de voorlopers van het Bvdb) toepasselijk is ten aanzien van hen die op grond van de in de resolutie genoemde gronden in het buitenland belastingplichtig zijn, 'onverschillig of zij te dier zake zijn aangeslagen'.
34 Voetnoot uit citaat: Zie bijvoorbeeld Romyn, Onderworpenheidseis, WFR 1985 op blz. 1512-15 en Van Raad, Cursus, onderdeel 2.3.0.D.
35 Voetnoot uit citaat: 4 juni 1986, nr. 23 614.
36 Voetnoot uit citaat: 27 maart 1991, nr. 26 409.
37 Voetnoot uit citaat: Overweging 4.3
38 T. Bender, Vrijstelling ter voorkoming van internationaal dubbele belasting, Deventer: Kluwer 2000, Fiscale Monografieën, p.53 e.v.
39 T. Bender, Vrijstelling ter voorkoming van internationaal dubbele belasting, Deventer: Kluwer 2000, Fiscale Monografieën, p. 55 e.v.
40 Voetnoot uit citaat: 2 juni 1992, nr. 902306
41 T. Bender, Vrijstelling ter voorkoming van internationaal dubbele belasting, Deventer: Kluwer 2000, Fiscale Monografieën, p. 77.
42 P. Kavelaars, Voorkoming van dubbele belasting, Deventer: Kluwer 2002, FED, voetnoot 96 op p. 46.
43 H.M.M. Bierlaagh, I.J.J. Burgers, e.a., Wegwijs in het internationaal en Europees Belastingrecht, Den Haag: SDU Uitgevers 2011, 6e druk, p. 92.
44 H.M.M. Bierlaagh, I.J.J. Burgers, e.a., Wegwijs in het internationaal en Europees Belastingrecht, Den Haag: SDU Uitgevers 2011, 6e druk, p. 96.
45 H.M.M. Bierlaagh, I.J.J. Burgers, e.a., Wegwijs in het internationaal en Europees Belastingrecht, Den Haag: SDU Uitgevers 2011, 6e druk, p. 96.
46 Zie Fiscale Encyclopedie De Vakstudie, Internationaal Belastingrecht, Objectieve tegenover subjectieve onderworpenheid, G.T.W. Janssen, Cursus (losb.) IBR 2.2.2.B.
47 Voetnoot uit citaat: Ook zo: A-G Wattel in onderdeel 4.5 van zijn conclusie bij HR 16 januari 2009, nr. 43128, BNB 2009/93 (ook opgenomen in VN 2006/59.14).
48 Zie Fiscale Encyclopedie De Vakstudie, Internationaal Belastingrecht, Afwijkend buitenlands inkomensbegrip, G.T.W. Janssen, Cursus (losb.) IBR 2.2.2.D.
49 http://www.oecd.org/berlin/publikationen/43324465.pdf
50 HR 16 januari 2009, nr. 42 218, LJN: BG9878, BNB 2009/92 (m. nt. R.J. de Vries), NTFR 2009, 193 m. nt. Kroon, VN 2009/5.10 m. nt. Kluwer.
51 I.J.J. Burgers, "Recente ontwikkelingen in het Nederlands belastingverdragenrecht", TFO 2005/48.
52 F.G.F. Peters, Bepaling van de woonplaats onder belastingverdragen, Opinie NTFR 2008/1177, p. 2 t/m 3.
53 R.J. de Vries, annotatie bij BNB 2009/92.
54 F.P.G. Pötgens, Verdragstoegang en inwonerschap in de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011, WFR 2011/6903.
55 Notitie internationaal Verdragsbeleid 2011, http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/belastingen-internationaal/documenten-en-publicaties/notas/2011/02/11/notitie-fiscaal-verdragsbeleid-2011.html, Kamerstukken II 2010/11, 25087 nr. 7, VN 2011/12.4.
56 Voetnoot uit citaat: De Hoge Raad eist geen feitelijke onderworpenheid; vergelijk HR 16 januari 2009, nr. 43 128, BNB 2009/93, en HR 16 januari 2009, nr. 42 218, BNB 2009/92.
57 Voetnoot uit citaat: HR 21 februari 2001, nr. 35 557, BNB 2001/295.
58 Voetnoot uit citaat: Zie ter zake De Graaf en Pötgens, a.w., onderdeel 3.4. De betreffende kritiek kan als volgt worden samengevat: 1. de Hoge Raad legt "liable to tax" uit als "subject to tax" terwijl beide begrippen in het Engels een verschillende taalkundige betekenis hebben ("liable to tax" heeft een ruimere betekenis dan "subject to tax" waarbij "liable to tax" niet een materiële onderworpenheid vereist maar een formele of theoretische onderworpenheid waardoor hieraan ook voldaan kan zijn indien een persoon subjectief is vrijgesteld). (...); 2. de vooraanstaande literatuur (...); 3. hetzelfde geldt voor de meerderheid van de internationale rechtspraak (...) en 4. de meerderheid van de OESO-lidstaten (...).
59 H. Pijl, Verdragsinwoner en staatssoevereiniteit; suggestie tot aanpassing van het verdragsbeleid, NTFR2011/1859.
60 HR 24 juni 1970, nr. 16 370, BNB 1970/157, VN 1970, p.537.
61 D.J. Kautter, International tax aspects of deferred remunerations , IFA Cahiers 2000, Volume 85b United States.
62 Internal Revenue Code of 1986, raadpleegbaar via http://www.law.cornell.edu/uscode/text/26/83.