ECLI:NL:PHR:2013:BZ8161
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verduistering in dienstbetrekking met toewijzing schadevergoeding deels
Verdachte werd door het Gerechtshof te Leeuwarden veroordeeld wegens verduistering van geldbedragen die hij als werknemer onder zich had bij [A] B.V. in Emmen. Het hof achtte bewezen dat verdachte zich zonder recht geld had toegeëigend in de periode van februari 2007 tot januari 2008.
De benadeelde partij, [A] B.V., had een vordering tot schadevergoeding ingediend voor materiële schade van € 38.907,92. Het hof wees een deel van deze vordering toe, namelijk € 7.304,- bestaande uit kosten voor het interne onderzoek, huur van een bewakingsset en rechercheonderzoek. De overige schadeposten werden niet toegewezen omdat deze nader onderzoek vereisten en het strafgeding zouden belasten.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de gemaakte kosten als rechtstreekse schade kunnen worden aangemerkt in de zin van art. 361 Sv Pro en art. 6:96 BW Pro. Het cassatiemiddel dat dit oordeel onjuist of onbegrijpelijk zou zijn, werd verworpen. De veroordeling tot werkstraf en de gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding bleven in stand.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf en gedeeltelijke schadevergoeding aan de benadeelde partij is toegewezen.