ECLI:NL:PHR:2013:BZ8162
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepkwekerij ondanks verweer mislukte oogst
In deze zaak stond de ontnemingsmaatregel ter discussie die was opgelegd aan betrokkene wegens het kweken van hennepplanten in een woning te Venlo. Het hof had vastgesteld dat betrokkene voorafgaand aan de aangetroffen kweek van 201 planten een eerdere oogst had gehad waarvan hij opbrengst heeft genoten. Dit oordeel was gebaseerd op diverse bewijsmiddelen, waaronder de vondst van gedroogde hennepresten, gebruikte kweekapparatuur en potgrondresten.
Betrokkene voerde in hoger beroep aan dat sprake was van een mislukte oogst en dat onvoldoende bewijs bestond voor het genieten van opbrengst. Het hof verwierp dit verweer en motiveerde dat de aanwezigheid van gedroogde resten en gebruikte materialen juist duidt op een succesvolle oogst. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het hof voldoende nauwkeurig had aangegeven op welke wettige bewijsmiddelen het zijn oordeel baseerde.
De Hoge Raad stelde dat het cassatieberoep faalt en verwierp het beroep. De beslissing van het hof is daarmee definitief en de ontnemingsmaatregel blijft van kracht. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige bewijsvoering en motivering bij ontnemingsvorderingen in strafzaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van €12.116,00 blijft gehandhaafd.