ECLI:NL:PHR:2013:BZ9943
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Doorbreking van het medisch verschoningsrecht voor speltherapie-opnamen in strafzaak seksueel misbruik
In deze zaak staat centraal of het medisch verschoningsrecht kan worden doorbroken voor het uitleveren van opnamemateriaal van speltherapie van een toen driejarig kind, verdacht slachtoffer van seksueel misbruik door zijn vader.
De moeder deed aangifte, waarna na sepot en beklag een gerechtelijk vooronderzoek werd ingesteld. De rechter-commissaris beval de inbeslagname van het speltherapie-opnamemateriaal, ondanks het beroep van de moeder op het medisch beroepsgeheim en het verschoningsrecht.
De rechtbank oordeelde dat er zeer uitzonderlijke omstandigheden zijn die het belang van geheimhouding doen wijken voor het belang van waarheidsvinding, mede gelet op de ernst van het delict, het belang van het kind bij strafrechtelijke bescherming en het ontbreken van alternatieven voor het opnamemateriaal.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het verschoningsrecht niet absoluut is. De belangenafweging moet zorgvuldig plaatsvinden, waarbij het maatschappelijk belang bij een gedegen en objectief onderzoek naar ernstige strafbare feiten zwaar weegt. Het ontbreken van toestemming van de vader doet niet af aan deze afweging.
De Hoge Raad wijst ook op de positieve verplichtingen uit het EVRM om effectief onderzoek te doen naar seksueel misbruik van kinderen. Het belang van het kind bij bescherming en strafrechtelijke vervolging kan zwaarder wegen dan het belang bij geheimhouding van het opnamemateriaal.
De middelen van cassatie falen, en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het medisch verschoningsrecht doorbroken mag worden wegens zeer uitzonderlijke omstandigheden in het belang van waarheidsvinding bij verdenking van seksueel misbruik.