ECLI:NL:PHR:2013:BZ9946
Parket bij de Hoge Raad
- Mr. Vegter
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring doodslag en poging tot diefstal ondanks betwisting bewijs en ontoerekeningsvatbaarheid
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft verdachte veroordeeld tot zeventien jaar gevangenisstraf wegens doodslag en poging tot diefstal, gepleegd met geweld, en subsidiar strafbare feiten. Het hof baseerde zijn bewijs onder meer op verklaringen van één getuige, proces-verbalen, een sectierapport en verklaringen van familieleden van het slachtoffer.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het bewijs onvoldoende was omdat het te veel steunde op één getuige en dat het hof niet voldoende aandacht had besteed aan zijn ontoerekeningsvatbaarheid wegens psychose. Daarnaast klaagde verdachte over het ontbreken van een beslissing op zijn verzoek tot het horen van een getuige en over het niet meenemen van een mogelijk defect aan de remmen van de auto.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft dat het bewijs van de getuige steun vindt in ander bewijsmateriaal en dat het verweer van ontoerekeningsvatbaarheid niet aannemelijk is gemaakt. Ook is het ontbreken van een beslissing op het verzoek tot het horen van een getuige niet tot nietigheid van het onderzoek geleid, omdat de getuige niet als bewijs is gebruikt en de verdediging niet is geschaad. Het hof mocht bovendien concluderen dat de remmen deugdelijk functioneerden.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot zeventien jaar gevangenisstraf voor doodslag en poging tot diefstal.