ECLI:NL:PHR:2013:CA0267
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitsluitend ouderlijk gezag moeder en weigering omgang vader
De zaak betreft een geschil tussen de ongehuwde ouders over het ouderlijk gezag en omgang met hun minderjarige zoon, geboren in 2006. Na hun scheiding in 2011 verbleef de zoon bij de moeder. De kinderrechter had het gezag exclusief aan de moeder toegekend en het verzoek van de vader om een omgangsregeling afgewezen.
De vader ging in hoger beroep en verzocht tevens om eenhoofdig gezag. Het gerechtshof bevestigde het besluit van de kinderrechter en ontzegde de vader het recht op omgang. De vader stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaven toepaste en dat het oordeel over het gezag en de omgangsregeling niet onbegrijpelijk was. De beslissing was gemotiveerd met het oog op de bescherming van het kind, mede gelet op de PTSS van de moeder en de spanningen die omgang zou veroorzaken. Het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag werd afgewezen, evenals een informatieregeling over het welzijn van het kind. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard; het gezag blijft uitsluitend bij de moeder en omgang wordt geweigerd.