ECLI:NL:PHR:2013:CA0399
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over zorgplicht en aansprakelijkheid bij schoolverzuim volgens Leerplichtwet 1969
In deze zaak werd verdachte veroordeeld wegens het niet naleven van de zorgplicht uit artikel 2 van Pro de Leerplichtwet 1969, omdat zijn zoon gedurende een bepaalde periode de school niet geregeld bezocht. Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij niet altijd toezicht had op zijn zoon en dat de moeder feitelijk de zorg droeg. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat formeel gezag voldoende is voor aansprakelijkheid.
De Hoge Raad herhaalt dat met 'gezag' in de wet niet feitelijk, maar rechtens bestaand gezag wordt bedoeld. Echter, het enkele formele gezag is onvoldoende om aansprakelijkheid te dragen; er moet sprake zijn van feitelijk toezicht en persoonlijke tekortkoming in de zorgplicht. De Hoge Raad benadrukt dat bewezen moet worden dat de verdachte persoonlijk tekort is geschoten in de zorgplicht en dat een beroep op het hebben betracht van de vereiste zorg een bewijsuitsluitingsgrond vormt.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de wetsgeschiedenis en jurisprudentie, waarbij wordt bevestigd dat de zorgplicht niet een vorm van 'strict liability' is, maar dat schuld en verwijtbaarheid een rol spelen. Ook wordt het onderscheid besproken tussen bewijsverweren en strafuitsluitingsgronden. De Hoge Raad concludeert dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door het verweer van verdachte te verwerpen zonder voldoende motivering.
Het middel wordt gegrond verklaard, de bestreden uitspraak wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege een onjuiste rechtsopvatting over de zorgplicht en aansprakelijkheid bij schoolverzuim.