ECLI:NL:PHR:2013:CA0731
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot zekerheidstelling proceskosten in cassatie wegens ontbreken vereiste woonplaats
In deze zaak heeft [eiser] een incidentele vordering ingesteld tot zekerheidstelling voor proceskosten in cassatie tegen [verweerder], omdat [verweerder] niet zou beschikken over een bekende woon- of verblijfplaats en eerdere proceskostenveroordelingen niet zijn voldaan.
[Verweerder] stelde echter dat hij wel een woonplaats in Nederland heeft, namelijk aan een adres in Nederland, en dat hij dit adres geheim wil houden. De Hoge Raad overweegt dat voor toewijzing van een dergelijke vordering op grond van art. 224 lid 1 Rv Pro vereist is dat de tegenpartij geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft.
Omdat [eiser] niet heeft gesteld dat [verweerder] geen woonplaats in Nederland heeft, maar slechts dat deze woonplaats onbekend is, voldoet de vordering niet aan de wettelijke vereisten en wordt deze afgewezen. De Hoge Raad merkt op dat het recht van [eiser] om in cassatie te verschijnen niet wordt betwist, maar dat het voeren van verweer en de kosten daarvan in dit geval wellicht vermijdbaar waren.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dan ook afwijzing van de vordering tot zekerheidstelling en veroordeling van [eiser] in de kosten van het incident.
Uitkomst: De vordering tot zekerheidstelling van proceskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van het vereiste dat de tegenpartij geen woonplaats in Nederland heeft.