ECLI:NL:PHR:2013:CA0795
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie in noodweerexceszaak
In deze zaak betrof het cassatieberoep een veroordeling voor doodslag waarbij het hof het noodweerexcesverweer van verdachte verwierp. Verdachte stelde dat hij in paniek handelde nadat hij door meerdere personen werd aangevallen en door pepperspray weinig zicht had. Het hof oordeelde echter dat de verdachte betrokken was bij een man-tegen-man-gevecht en doelgericht handelde, waardoor zijn reactie disproportioneel was binnen het kader van noodweerexces.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof zijn oordeel begrijpelijk had gemotiveerd en dat het middel van de verdediging tegen deze motivering niet slaagde. Daarnaast klaagde de verdediging over overschrijding van de redelijke termijn in cassatiefase. De Hoge Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering vanwege deze termijnoverschrijding.
Hiermee bleef het oordeel van het hof ongewijzigd en werd het cassatieberoep afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de strafzaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn, waardoor het hof het noodweerexcesverweer terecht verwierp.