ECLI:NL:PHR:2013:CA0799
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onduidelijkheid over afgifte verblijfsvergunning als goed in oplichting
In deze zaak werd verdachte veroordeeld wegens oplichting door zich onder een valse naam te laten registreren voor een verblijfsvergunning in het kader van de Pardonregeling. Het hof oordeelde dat een verblijfsvergunning een 'goed' is in de zin van art. 326 Sr Pro, omdat het een beschikking is die economische waarde kan hebben voor de houder.
Verdediging voerde aan dat een verblijfsvergunning een bestuursbesluit is en geen goed in de zin van art. 326 Sr Pro, maar het hof verwierp dit verweer. De bewezenverklaring berustte op verklaringen, documenten van de IND en onderzoek van het bureau Documenten, waaruit bleek dat verdachte zich voordeed als een ander persoon en een fotokaart met zijn eigen pasfoto op naam van die ander opstuurde.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof over de kwalificatie van de verblijfsvergunning als goed niet onjuist is, maar dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de IND daadwerkelijk een verblijfsvergunning heeft afgegeven. Hierdoor faalt het bewijs voor het ten laste gelegde feit.
De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het betrekking heeft op het onder 2 ten laste gelegde en de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs van afgifte verblijfsvergunning.