ECLI:NL:PHR:2013:CA0839
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep in cassatie ingesteld vóór einduitspraak
De verdachte heeft op 28 maart 2011 beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Hof van 30 maart 2011, waarin hij niet-ontvankelijk was verklaard in zijn hoger beroep. Volgens artikel 432 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet het cassatieberoep binnen een termijn na de einduitspraak van het hof worden ingesteld. Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep, en het beroep in cassatie werd echter vóór deze einduitspraak ingediend.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewoordingen van artikel 432 Sv Pro niet verenigbaar zijn met een beroep in cassatie dat vóór de einduitspraak wordt ingesteld. Dit volgt ook uit eerdere jurisprudentie (HR 23 oktober 2001, LJN AB3239). Daarom is het cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is gericht op de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in cassatie.
De zaak betreft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en bevestigt het belang van de termijnregeling in artikel 432 Sv Pro. De Hoge Raad handhaaft hiermee de procedurele regels omtrent het tijdstip van het instellen van cassatie.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard omdat het vóór de einduitspraak van het hof is ingesteld.