ECLI:NL:PHR:2013:CA0908
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing verval voorrangsregeling Overgangswet elektriciteitsproductiesector aan rechtsbeginselen en compensatieplicht Staat
Deze zaak betreft de cassatie tegen het arrest van het hof Den Haag over de vervallen voorrangsregeling in de Overgangswet elektriciteitsproductiesector (OEPS). De Importeurs vorderden compensatie van niet-marktconforme kosten voortvloeiend uit langlopende importcontracten, nadat het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) de voorrangsregeling in strijd met de Elektriciteitsrichtlijn had geoordeeld.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechter de wet in formele zin niet mag toetsen aan algemene rechtsbeginselen en dat de Staat niet contractueel gehouden is tot een resultaatsverplichting tot het realiseren van prioritaire importcapaciteit. Het oktoberakkoord, waarop de Importeurs zich beroepen, bevatte slechts een inspanningsverplichting met voorbehoud van goedkeuring door minister, parlement en Europese Commissie.
De voorrangsregeling beoogde slechts de uitvoering van lopende importcontracten mogelijk te maken, niet om compensatie te bieden voor niet-marktconforme kosten. De Hoge Raad wijst klachten over motivering en uitleg van de contractuele verplichtingen af en bevestigt dat alternatieve regelingen of compensatie niet zonder meer mogelijk zijn vanwege Europese mededingingsregels en het discriminatieverbod.
De uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en de grenzen van compensatieplicht van de Staat bij wetgeving die voortvloeit uit Europese richtlijnen en de liberalisering van de elektriciteitsmarkt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Staat niet verplicht is tot compensatie van niet-marktconforme kosten en dat de voorrangsregeling slechts een inspanningsverplichting betrof.