ECLI:NL:PHR:2013:CA1610
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep en beoordeling bruto/netto gewicht cocaïne in strafzaak
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor het opzettelijk binnenbrengen van een hoeveelheid materiaal bevattende cocaïne. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld met een beperking tot de bewezenverklaring en strafoplegging. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van dit beroep en de inhoudelijke bezwaren.
De Hoge Raad herhaalt dat beperkingen van het cassatieberoep ontoelaatbaar zijn indien zij de verwijzingsrechter verhinderen het beslissingsschema van de artikelen 348 en 350 Sv naar behoren toe te passen. De beperking tot de bewezenverklaring is niet toelaatbaar omdat de strafbaarstelling op die bewezenverklaring voortbouwt. De Hoge Raad bespreekt tevens een mogelijke herstelmogelijkheid via een Borgersbrief.
Inhoudelijk klaagt de verdediging over de toepassing van het bruto gewicht van cocaïnehoudend materiaal bij de bewezenverklaring en het netto gewicht bij de strafoplegging. De Hoge Raad bevestigt dat de bewezenverklaring uitgaat van het bruto gewicht van het materiaal, conform vaste jurisprudentie en de Opiumwet. Voor de strafoplegging is het redelijk dat het netto gewicht van zuivere cocaïne wordt betrokken, met name bij vloeistoffen, conform LOVS-richtlijnen.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ontvankelijk voor zover het zich richt op de strafoplegging en verwerpt het middel. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging. De zaak illustreert de zorgvuldige afweging tussen procesrechtelijke ontvankelijkheid en materiële beoordeling van bewijs en strafmaat.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ontvankelijk voor het onderdeel strafoplegging en het middel wordt verworpen.