ECLI:NL:PHR:2013:CA1720
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht man voor partneralimentatie in cassatie
In deze zaak staat de beoordeling van de draagkracht van de man voor het betalen van partneralimentatie centraal. De man is directeur-grootaandeelhouder van een holding en een BV, waarin hij beperkte of geen loon heeft toegekend vanwege bedrijfseconomische omstandigheden. Het hof oordeelde dat de man geen draagkracht heeft om partneralimentatie te betalen, mede omdat hij geen extra gelden kon onttrekken zonder de continuïteit van de BV in gevaar te brengen.
De vrouw stelde dat het hof ten onrechte alleen rekening hield met de situatie tot 2010 en niet met de verkoop van het pand in 2012, waardoor het oordeel over de draagkracht achterhaald zou zijn. Het hof had echter ook de jaren 2010, 2011 en 2012 betrokken bij zijn oordeel en vond dat de verkoop van het pand geen wezenlijke invloed had op de draagkracht.
De Hoge Raad concludeert dat het hof zijn taak als appelrechter niet heeft miskend en dat het oordeel over de draagkracht van de man standhoudt. Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro, waardoor het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand dat de man geen draagkracht heeft voor partneralimentatie.