ECLI:NL:PHR:2013:CA1727
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatie wegens onvoldoende gemotiveerde middelen inzake ontbindende voorwaarde in ontwikkelingsovereenkomst
Partijen zijn overeengekomen gezamenlijk een gebied in Hedel te herontwikkelen en hebben daartoe een overeenkomst gesloten waarin onder meer een ontbindende voorwaarde is opgenomen voor het geval de eigendommen van een derde niet konden worden verworven.
Verweerster heeft terugbetaling van geleende gelden gevorderd, stellende dat de overeenkomst is ontbonden vanwege het intreden van de ontbindende voorwaarde. De rechtbank wees de vordering toe, het hof bevestigde dit oordeel en verduidelijkte de uitleg van de ontbindende voorwaarde.
Eisers stelden in cassatie meerdere middelen aan de orde die onder meer onbegrijpelijkheid van het hofsoordeel en onterecht passeren van bewijsaanbod betroffen. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen onvoldoende gemotiveerd waren en niet voldeden aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv Pro, waardoor het cassatieberoep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat de cassatiemiddelen niet met de vereiste precisie en bepaaldheid waren toegelicht en dat voortbouwende klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Hierdoor blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende gemotiveerde middelen.