ECLI:NL:PHR:2013:CA1728
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over faillissementspauliana en goede trouw bij hypotheek op opstalrecht
In deze zaak stond centraal of de curator van een failliete vennootschap ([A]) een rechtshandeling tot vestiging van een hypotheekrecht op een opstalrecht, dat op naam stond van de holding ([B]), met succes kon vernietigen op grond van artikel 42 Faillissementswet Pro (Fw). [A] was economisch eigenaar van het bedrijfsgebouw, maar het opstalrecht was op naam van [B] gesteld. ING Bank had een hypotheekrecht op dit opstalrecht verkregen als zekerheid voor een krediet aan [A].
De rechtbank had de hypotheekverlening aan ING Bank nietig verklaard wegens benadeling van de schuldeisers van [A]. Het hof vernietigde dit oordeel en oordeelde dat ING Bank te goeder trouw was bij verkrijging van het hypotheekrecht, omdat zij geen rekening hoefde te houden met een succesvolle vernietiging van het opstalrecht. Bovendien kon de curator het hypotheekrecht niet vernietigen omdat het niet door de gefailleerde [A], maar door [B] was verleend.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 42 Fw Pro niet van toepassing is op rechtshandelingen die niet door de gefailleerde zijn verricht. Ook oordeelde de Hoge Raad dat ING Bank te goeder trouw was, omdat zij niet hoefde te voorzien dat de rechtshandeling zou worden vernietigd. De subsidiaire vordering op grond van onrechtmatige daad faalde omdat ING Bank niet met redelijke mate van waarschijnlijkheid het faillissement en tekort had kunnen voorzien. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de curator en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de curator het hypotheekrecht niet kan vernietigen en dat ING Bank te goeder trouw was bij verkrijging van het hypotheekrecht.