ECLI:NL:PHR:2013:CA2285
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing achtste standaardvoorwaarde bij geruisloze omzetting door buitenlandse belastingplichtige in strijd met vrijheid van vestiging
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, bracht zijn aandeel in een Nederlandse vennootschap onder firma geruisloos in een Nederlandse besloten vennootschap in en verzocht om toepassing van de fiscale faciliteit van artikel 3.65 Wet IB 2001. De Inspecteur stelde aan de toekenning van deze faciliteit een extra voorwaarde, de achtste standaardvoorwaarde, die leidt tot een conserverende verhoging van de aanslag inkomstenbelasting om verlies van belastingclaim op stille reserves en goodwill te voorkomen.
De Rechtbank oordeelde dat deze voorwaarde aan buitenlandse belastingplichtigen mag worden gesteld omdat hun situatie anders is dan die van binnenlandse belastingplichtigen die eerst omzetting toepassen en daarna emigreren. Het Hof stelde echter dat de voorwaarde bezwarender is dan die voor binnenlandse belastingplichtigen en dat hiervoor geen objectieve rechtvaardiging bestaat, waardoor de voorwaarde in strijd is met het non-discriminatiebeginsel van het belastingverdrag en de vrijheid van vestiging uit het EG-verdrag.
De staatssecretaris stelde cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Procureur-Generaal concludeerde dat buitenlandse omzetters gelijk behandeld moeten worden als binnenlandse omzetters die emigreren, omdat zij zich in een vergelijkbare situatie bevinden. De conserverende aanslag en de extra voorwaarden die alleen voor buitenlandse belastingplichtigen gelden, vormen een indirecte discriminatie op grond van nationaliteit zonder rechtvaardiging. De Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen en de beschikking van de Inspecteur wijzigen zodat verplaatsing van de feitelijke leiding van de vennootschap niet leidt tot beëindiging van het betalingsuitstel en het geconserveerde bedrag na tien jaar wordt kwijtgescholden. De conclusie strekt tot gegrondverklaring van het cassatieberoep van de staatssecretaris.
Uitkomst: De achtste standaardvoorwaarde is in strijd met de vrijheid van vestiging en wordt aangepast zodat betalingsuitstel niet eindigt bij zetelverplaatsing en het geconserveerde bedrag na tien jaar wordt kwijtgescholden.