ECLI:NL:PHR:2013:CA2539
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens verontschuldigbare termijnoverschrijding in hoger beroep
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Leeuwarden niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat het hoger beroep na de wettelijke termijn van veertien dagen was ingesteld. De raadsman van verdachte had telefonisch en per fax uitstel van behandeling gevraagd bij de griffie en was teruggebeld met de mededeling dat de behandeling van de zaak zou worden aangehouden. Het hof oordeelde echter dat het op de weg van verdachte en zijn raadsman lag om na afloop van de termijn te controleren of aanhouding was verleend en dat het vertrouwen op de mededeling voor eigen risico was.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende heeft vastgesteld dat de mededeling van de griffiemedewerker onjuist was en dat het oordeel van het hof ontoereikend is gemotiveerd. De Hoge Raad benadrukt dat termijnen van openbare orde zijn, maar dat een gerechtvaardigde verwachting, zoals een mededeling van aanhouding, een verontschuldigbare termijnoverschrijding kan rechtvaardigen.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het middel gegrond is en dat de bestreden uitspraak moet worden vernietigd. De Hoge Raad zal een passende beslissing nemen op basis van artikel 440 Sv Pro.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de niet-ontvankelijkverklaring bij verontschuldigbare termijnoverschrijding.