ECLI:NL:PHR:2013:CA3295
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat alleen onherroepelijke veroordelingen meetellen bij strafoplegging
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens het als vreemdeling verblijven in Nederland terwijl hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Het hof had bij de strafoplegging rekening gehouden met een eerdere veroordeling die nog niet onherroepelijk was, hetgeen door de raadsman van de verdachte werd betwist.
De Hoge Raad bevestigt de vaste jurisprudentie dat alleen onherroepelijke veroordelingen mogen worden meegewogen bij de strafoplegging. Het hof had de eerdere veroordeling als niet-onherroepelijk aangeduid, wat de Hoge Raad niet onbegrijpelijk achtte. Het middel dat klaagt over het meenemen van een niet-onherroepelijke veroordeling faalt daarom.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat artikel 63 Sr Pro ook toepassing kent op niet-onherroepelijke veroordelingen, maar dat het verzuim van het hof om dit toe te passen niet tot nadeel van de verdachte heeft geleid. De Hoge Raad herstelt dit verzuim ambtshalve en verwerpt het beroep voor het overige.
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het vereiste van onherroepelijkheid bij het meewegen van eerdere veroordelingen in de strafoplegging en verduidelijkt de toepassing van artikel 63 Sr Pro in samenloop van strafbare feiten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de strafoplegging van twee maanden gevangenisstraf.