ECLI:NL:PHR:2013:CA3319
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bezwaarschrift tegen dagvaarding bij deelname aan criminele organisatie
In deze zaak heeft verdachte een bezwaarschrift ingediend tegen een dagvaarding waarin hem deelname aan een criminele organisatie werd ten laste gelegd. De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift gegrond omdat het toen beschikbare dossier onvoldoende bewijs bevatte om een bewezenverklaring waarschijnlijk te achten.
De officier van justitie ging in hoger beroep en het hof verklaarde het bezwaarschrift alsnog ongegrond. Het hof motiveerde dat het bij zijn beoordeling ook rekening mocht houden met nieuw overgelegde processtukken, bestaande uit 107 ordners, die de rechtbank niet had kunnen betrekken. Dit leidde tot het oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat een strafrechter later tot een bewezenverklaring zou komen.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing, stellende dat het hof ten onrechte nieuw materiaal had betrokken en onvoldoende had gemotiveerd. De Hoge Raad verwierp dit beroep, bevestigde dat het hof bevoegd en gehouden is alle ter beschikking gestelde stukken te betrekken bij zijn beoordeling en dat het hof niet verplicht is zijn oordeel nader te motiveren als niet is betwist dat het dossier belastend materiaal bevat.
De Hoge Raad onderstreepte dat de beoordeling ex nunc moet plaatsvinden en dat het uitsluiten van nieuw bewijs in hoger beroep onredelijke gevolgen zou hebben voor verdachte en het openbaar ministerie. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de beschikking van het hof stand houdt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof mag nieuw bewijs betrekken bij de beoordeling van het bezwaarschrift.