ECLI:NL:PHR:2013:CA3734

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
31 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
13/01198
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 266 BWArt. 268 BW
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag afgewezen na beoordeling psychische problematiek moeder

In deze zaak heeft het hof 's-Gravenhage bij beschikking van 12 december 2012 het besluit van de kinderrechter bekrachtigd waarbij de moeder is ontheven van het ouderlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen geboren in 2004 en 2006. De moeder stelde hiertegen beroep in cassatie in.

De moeder klaagde dat het hof haar verzoek om een onafhankelijk deskundige te benoemen niet had gehonoreerd en dit zonder deugdelijke motivering had gepasseerd. Het hof had echter geoordeeld dat gezien een brief van de psychiater van de moeder, waarin haar psychische problematiek werd beschreven, zij onvoldoende inzicht had in haar eigen problematiek en niet in staat was een stabiele opvoedingssituatie te bieden. Het hof vond dat een nieuw onderzoek door een onafhankelijke deskundige geen ander besluit zou opleveren.

De Hoge Raad oordeelde dat deze motivering niet onbegrijpelijk of ondeugdelijk was en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Daarmee bleef het besluit van het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit tot ontheffing van het ouderlijk gezag blijft in stand.

Conclusie

Zaak 13/01198
Mr. P. Vlas
Zitting, 31 mei 2013
Conclusie inzake art. 80a RO:
[de moeder]
(hierna: de moeder),
tegen
De Raad voor de Kinderbescherming
te 's-Gravenhage
(hierna: de Raad)
1. Bij beschikking van 12 december 2012 heeft het hof 's-Gravenhage de beschikking van 11 mei 2012 van de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage bekrachtigd, waarbij de moeder is ontheven van het ouderlijk gezag over de minderjarigen [kind 1] (geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats]) en [kind 2] (geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats]) (hierna: de minderjarigen). De moeder heeft tegen de beschikking van het hof (tijdig) beroep in cassatie ingesteld.
2. In cassatie voert de moeder één klacht aan, te weten dat het hof haar verzoek om een onafhankelijk deskundige in te schakelen niet heeft gehonoreerd, althans heeft gepasseerd, zonder deugdelijke motivering. De aangevoerde klacht rechtvaardigt geen behandeling in cassatie, omdat de klacht klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. Daartoe geldt het volgende. Het hof heeft bij zijn oordeel onder meer acht geslagen op een brief van de psychiater van de moeder. Het hof heeft geoordeeld dat de moeder onvoldoende inzicht heeft in haar eigen psychische problematiek en niet in staat moet worden geacht om voor de minderjarigen een blijvende stabiele opvoedingssituatie te creëren. Het hof heeft voorts overwogen dat gezien de inhoud van deze brief van de psychiater 'een nieuw onderzoek van een onafhankelijk deskundige niet tot een andere beslissing zal leiden, zodat het hof het verzoek van de moeder om tot benoeming van een onafhankelijke deskundige over te gaan zal passeren' (zie rov. 8, slot). Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en niet ondeugdelijk gemotiveerd.
3. De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G