ECLI:NL:PHR:2013:CA3735

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
31 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
13/01197
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 266 BWArt. 268 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzoek ontheffing ouderlijk gezag en weigering onafhankelijk deskundigenonderzoek

Bij beschikking van 12 december 2012 heeft het hof 's-Gravenhage het besluit van de kinderrechter bekrachtigd, waarbij de moeder is ontheven van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind geboren in 2001. De moeder stelde beroep in cassatie tegen deze beslissing en klaagde dat het hof haar verzoek om een onafhankelijk deskundigenonderzoek niet had gehonoreerd.

Het hof had echter geoordeeld dat gezien een brief van de psychiater van de moeder, waarin werd aangegeven dat de moeder onvoldoende inzicht heeft in haar psychische problematiek en niet in staat is een stabiele opvoedingssituatie te bieden, een nieuw onafhankelijk onderzoek geen andere uitkomst zou geven. Daarom werd het verzoek van de moeder om een onafhankelijk deskundige te benoemen gepasseerd.

De Hoge Raad oordeelt dat deze motivering niet onbegrijpelijk of ondeugdelijk is en verklaart het cassatieberoep van de moeder niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierdoor blijft het besluit tot ontheffing van het ouderlijk gezag in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit tot ontheffing van het ouderlijk gezag blijft in stand.

Conclusie

Zaak 13/01197
Mr. P. Vlas
Zitting, 31 mei 2013
Conclusie inzake art. 80a RO:
[de moeder]
(hierna: de moeder),
tegen
De Raad voor de Kinderbescherming
te 's-Gravenhage
(hierna: de Raad)
1. Bij beschikking van 12 december 2012 heeft het hof 's-Gravenhage de beschikking van 11 mei 2012 van de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage bekrachtigd, waarbij de moeder is ontheven van het ouderlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] (hierna: de minderjarige). De moeder heeft tegen de beschikking van het hof (tijdig) beroep in cassatie ingesteld.
2. In cassatie voert de moeder één klacht aan, te weten dat het hof haar verzoek om een onafhankelijk deskundige in te schakelen niet heeft gehonoreerd, althans heeft gepasseerd, zonder deugdelijke motivering. De aangevoerde klacht rechtvaardigt geen behandeling in cassatie, omdat de klacht klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. Daartoe geldt het volgende. Het hof heeft bij zijn oordeel onder meer acht geslagen op een brief van de psychiater van de moeder. Het hof heeft geoordeeld dat de moeder onvoldoende inzicht heeft in haar eigen psychische problematiek en niet in staat moet worden geacht om voor de minderjarige een blijvende stabiele opvoedingssituatie te creëren. Het hof heeft voorts overwogen dat gezien de inhoud van deze brief van de psychiater 'een nieuw onderzoek van een onafhankelijk deskundige niet tot een andere beslissing zal leiden, zodat het hof het verzoek van de moeder om tot benoeming van een onafhankelijke deskundige over te gaan zal passeren' (zie rov. 8, slot). Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en niet ondeugdelijk gemotiveerd.
3. De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G