ECLI:NL:PHR:2013:CA3771
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij conservatoir vreemdelingenbeslag ondanks onjuiste vermelding vestigingsplaats beslaglegger
In deze zaak gaat het om de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van conservatoir vreemdelingenbeslag gelegd op een schip, terwijl in het beslagexploot onjuist de vestigingsplaats van de beslaglegger is vermeld. Ice Shipping, eigenaar van het schip 'MARI UGLAND', legde conservatoir beslag op de 'SCF AMUR' van Carrier Tanker na een aanvaring in de Witte Zee.
Carrier Tanker voerde onder meer aan dat het beslagexploot nietig was wegens de onjuiste vermelding van de vestigingsplaats van Ice Shipping, en dat de Nederlandse rechter daarom onbevoegd was. Zowel de rechtbank als het hof verwierpen deze beroepen en bevestigden de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op grond van art. 767 Rv Pro.
De Hoge Raad overwoog dat het beginsel van deformalisering van het burgerlijk procesrecht inhoudt dat nietigheid van proceshandelingen, zoals exploten, slechts wordt aangenomen indien de belanghebbende onredelijk wordt benadeeld. In deze zaak stond vast dat Carrier Tanker niet in onzekerheid verkeerde over de identiteit en vestigingsplaats van Ice Shipping en dat zij zelfs een garantie had laten afgeven door haar verzekeraar. Daarom leidde het gebrek in het beslagexploot niet tot nietigheid.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het beroep op nietigheid van het beslagexploot niet toekomt aan Carrier Tanker. De Nederlandse rechter is bevoegd op grond van art. 767 Rv Pro om kennis te nemen van de hoofdzaak.
Deze uitspraak benadrukt het belang van redelijkheid en billijkheid bij de beoordeling van nietigheid van processtukken en bevestigt de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter bij vreemdelingenbeslag.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de Nederlandse rechter is bevoegd en het beslagexploot is niet nietig ondanks de onjuiste vermelding van de vestigingsplaats.