ECLI:NL:PHR:2014:1057

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2014
Publicatiedatum
23 juli 2014
Zaaknummer
13/00037
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:37 Algemene DouanewetArt. 33c SrArt. 24 SrArt. 447 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens te late indiening klaagschrift inzake beslag op vervoermiddel

Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Middelburg waarin een klaagschrift op grond van artikel 1:37 van Pro de Algemene Douanewet werd afgewezen. Het geschil draait om de vraag of een schip als vervoermiddel kennelijk is ingericht om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken, en de afwijzing van een verzoek tot geldelijke tegemoetkoming op grond van artikel 33c lid 2 Sr.

De Hoge Raad herhaalt eerdere jurisprudentie omtrent het begrip vervoermiddel in de zin van de Algemene Douanewet en bevestigt dat het schip in kwestie een constructie bevatte die geschikt was om cocaïne ongezien te vervoeren. Dit rechtvaardigt het oordeel dat het schip kennelijk is ingericht om goederen aan het toezicht te onttrekken.

Ten aanzien van het verzoek tot geldelijke tegemoetkoming oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verval van het schip aan de Staat niet leidt tot een onevenredige last voor klager, waarbij ook de draagkracht van klager moet worden betrokken.

Het cassatieberoep wordt echter niet inhoudelijk behandeld omdat het klaagschrift te laat is ingediend. De Hoge Raad stelt dat de termijn voor het indienen van de schriftuur op 28 februari 2013 afliep, terwijl de schriftuur pas op 1 maart 2013 werd ontvangen. De door de raadsman aangevoerde faxfoutmelding vormt geen verontschuldigbare omstandigheid. Hierdoor wordt klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens te late indiening van de schriftuur.

Conclusie

Nr. 13/00037 B
Zitting: 1 april 2014
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[klaagster]
1. De Rechtbank te Middelburg heeft bij beschikking van 13 november 2012 een namens [klaagster] ingediend klaagschrift als bedoeld in art. 1:37 van Pro de Algemene Douanewet ongegrond verklaard en voorts afgewezen hetgeen meer verzocht is.
2. Mr. H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, heeft bij schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld. Ik zal deze middelen niet bespreken nu ik zal concluderen tot niet-ontvankelijkheid van klager in het ingestelde beroep. Ik licht dat als volgt toe.
3. Op 29 januari 2013 is de aanzegging als bedoeld in art. 447 lid 3 Sv Pro in persoon aan betrokkene uitgereikt. De mededeling betekening is op 11 februari 2013 verzonden. [1] De in art. 447 lid 5 Sv Pro gestelde termijn om een schriftuur in te dienen, liep af op 28 februari 2013. Blijkens de afdruk op de per fax ingediende schriftuur is deze op 1 maart 2013 om 00:08:22 beginnen binnen te komen. [2] Dat betekent dat de schriftuur te laat is ingekomen en de betrokkene niet-ontvankelijk is in zijn beroep. [3] Slechts in geval van bijzondere de betrokkene niet toe te rekenen omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, kan dit anders zijn. De mededeling van de raadsman in onderhavige zaak dat hij om 23:54 reeds een faxbericht heeft verzonden en hij een foutmelding ontving bevat mijns inziens niet een dergelijke omstandigheid. [4]
4. Nu klager niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 447 lid 5 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe klager niet-ontvankelijk te verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG

Voetnoten

1.In cassatie heeft zich bij brief van 10 december 2012 gesteld mr. Wolffs. Aan haar is derhalve (op 11 februari 2013) de mededeling betekening verzonden. Een stelbrief van mr. Daamen zit niet bij de stukken.
2.Volledigheidshalve merk ik op dat nadien, derhalve eveneens tardief, per post het origineel is gevolgd.
3.Zie Van Dorst, Cassatie in strafzaken, zevende druk, p.87 en de daar genoemde jurisprudentie. Zie overigens ook HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:231. In zie zaak ging het om het instellen van hoger beroep. De in die zaak relevante fax was zeer kort na het sluiten van de griffie ingekomen. De Hoge Raad liet de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn hoger beroep door het Hof in stand.
4.Ik zou me overigens voor kunnen stellen dat dat anders zou kunnen zijn wanneer een dergelijke foutmelding was overlegd en daaruit of uit nader onderzoek zou kunnen blijken dat er een mankement aan de fax van de Hoge Raad zou zijn o.i.d.