Conclusie
3.Waar het over gaat
4.Bewezenverklaring en bewijsoverweging
5.Bespreking van de middelen
eerste middelziet op de door het Hof bij tussenarrest gegeven beslissing tot afwijzing van het door de verdediging gedane verzoek tot het horen van de getuigen [betrokkene 2], [betrokkene 6], [betrokkene 7], [betrokkene 8] en [betrokkene 9].
tweede middelkeert zich met rechts- en motiveringsklachten tegen het bewezenverklaarde onder 1 van parketnummer 16-993110-05 en onder 1 van parketnummer 16-994002-07. Het middel valt uiteen in drie klachten.
eerste klachtgetuigt het oordeel van het Hof dat er sprake was van verrichte schijntransacties van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip “levering” in de zin van het fiscale recht en regelgeving. Voor het aannemen van schijntransacties dient volgens de steller van het middel komen vast te staan dat het aan reële levering in de zin van de belastingwetgeving heeft ontbroken, terwijl het Hof juist heeft overwogen dat er goederen zijn geleverd. Voorts komt de
eerste klachtop tegen de motivering van het bewezenverklaarde. [5]
tweede klachtis gericht op een onderdeel van de bewezenverklaring, te weten “immers hebben hij, verdachte en zijn mededaders telkens valselijk en in strijd met de waarheid met betrekking tot bovenbedoelde purchase order en facturen de suggestie gewekt dat telkens sprake is van een koopovereenkomst tussen verkoper en koper aan welke facturen geen reële overeenkomst tot levering van goederen ten grondslag hebben gelegen en het niet de bedoeling was dat die goederen van eigenaar zouden verwisselen door levering van de verkoper aan de koper en dat de vereiste wilsovereenkomst voor rechtsgeldige overeenkomst heeft ontbroken”.
derde klachtziet op de kwalificatie. Op overeenkomstige gronden als aangegeven bij de bespreking van de eerste klacht en de twee klacht, faalt ook deze klacht.
derde middelklaagt dat het onder 1 bewezenverklaarde medeplegen in de zaak met parketnummer 16-993110-05 niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
vierde middelklaagt dat het onder 1 bewezenverklaarde medeplegen in de zaak met parketnummer 16-994002-07 niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
vijfde middelbehelst de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.
zesde middelklaagt over het bewezenverklaarde doen plegen.
zevende middelklaagt over de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit 5 (16-994002-07) als witwassen.
bij de Hoge Raad der Nederlanden