ECLI:NL:PHR:2014:1173

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2014
Publicatiedatum
30 juli 2014
Zaaknummer
13/02475
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 82 SrArt. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling mishandeling met zwaar lichamelijk letsel bevestigd door Hoge Raad

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verdachte veroordeeld voor mishandeling waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opliep, waaronder een dubbelzijdige breuk van de onderkaak, zenuwletsel en tandletsel. Het hof baseerde zich onder meer op medische verklaringen van de GGD en een kaakchirurg in opleiding, die bevestigden dat het letsel ernstig was en een kaakchirurgische behandeling vereiste.

Verdachte stelde in het middel dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd was, met name over de kwalificatie van het letsel als zwaar lichamelijk letsel. De Hoge Raad oordeelde echter dat het bewezenverklaarde letsel toereikend was gemotiveerd en dat het middel faalde. Tevens wees de Hoge Raad erop dat het recht niet vereist dat elke afzonderlijke verwonding binnen het letsel als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof slechts voor een ander feit en verwees die zaak door naar een ander hof, terwijl het oordeel over het zwaar lichamelijk letsel in het eerste feit werd bevestigd. Hiermee werd de veroordeling voor het betreffende feit bekrachtigd.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel en vernietigt het arrest slechts voor een ander feit.

Conclusie

Nr. 13/02475
Zitting: 25 maart 2014
Bestreden arrest:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem d.d. 8 maart 2013
Mr. Aben
Standpunt inzake:
[verdachte]
Het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte – kort gezegd - veroordeeld voor
“mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een kaakfractuur en zenuwletsel en tandletsel ten gevolge heeft”.
Het middelklaagt dat ’s hofs oordeel dat sprake is van lichamelijk letsel onbegrijpelijk dan wel onvoldoende is gemotiveerd. Nu de gebezigde bewijsmiddelen als geneeskundige verklaring van de GGD respectievelijk de kaakchirurg in opleiding inhouden dat de kaak van het slachtoffer op drie plaatsen gebroken was en dat daarvoor een ‘kaakchirurgische behandeling’ noodzakelijk was, is het bewezenverklaarde “zwaar lichamelijk letsel” reeds daarom toereikend gemotiveerd [1] en faalt het middel.
Ten overvloede merk ik op dat voor zover het middel op de opvatting berust dat indien het bewezenverklaarde letsel uit meerdere verwondingen bestaat, elke verwonding
afzonderlijkals zwaar lichamelijk letsel in de zin van art. 82 Sr Pro moet kunnen worden aangemerkt, het een eis stelt die het recht niet kent.
Het middel kan worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
n.d.

Voetnoten

1.Vgl. HR 1 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4637. De Hoge Raad vernietigde conform CAG voor feit 2 en verwees de zaak slechts voor dat feit naar een ander hof, terwijl het hof in feit 1 een dubbelzijdige breuk van de onderkaak had aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel en het middel tevens klaagde dat het in dit feit bedoelde zwaar lichamelijk letsel ontoereikend was gemotiveerd.