Conclusie
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen een beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad die het klaagschrift van klager tot teruggave van zijn ingevorderde rijbewijs gegrond verklaarde. Het rijbewijs was op grond van art. 164 lid 2 WVW Pro 1994 ingevorderd wegens een snelheidsovertreding van 50 km/uur boven de limiet. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende concrete aanwijzingen voor recidivegevaar aanwezig waren om de inhouding voort te zetten.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat het belang van het OM was komen te vervallen, aangezien het rijbewijs al was teruggegeven. Desalniettemin gaf de Hoge Raad een inhoudelijke toelichting op de uitleg van art. 164 WVW Pro 1994 na de wetswijziging van 1 juni 2011. Volgens deze uitleg bestaat er een wettelijk vermoeden van recidivegevaar zodra het rijbewijs op grond van lid 2 is ingevorderd, waardoor de officier van justitie bevoegd is het rijbewijs in te houden, tenzij bijzondere omstandigheden of klemmende redenen dat verhinderen.
De wetswijziging heeft het verschil tussen de invorderingsplicht van de politie en de inhoudingsbevoegdheid van het OM opgeheven, waardoor dezelfde drempels gelden voor beide. De Hoge Raad benadrukt dat het belang van de bestuurder wordt beschermd door de mogelijkheid tot klaagschrift en de eis dat inhouding alleen gerechtvaardigd is bij ernstig rekening houden met recidivegevaar. De rechtbank had volgens de Hoge Raad onvoldoende gemotiveerd waarom zij ondanks het wettelijk vermoeden tot teruggave was gekomen.
De conclusie van de AG bij de Hoge Raad is dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, maar dat de rechtsvraag over de uitleg van art. 164 lid 4 WVW Pro 1994 bevestigend kan worden beantwoord. Dit arrest verschaft daarmee duidelijkheid over de inhoudingsbevoegdheid van het OM na de wetswijziging en de voorwaarden waaronder het rijbewijs kan worden teruggegeven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard; de Hoge Raad verduidelijkt de uitleg van art. 164 WVW 1994 inzake inhouding van ingevorderde rijbewijzen.