Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring van feit 1, voor zover inhoudende dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de mobiele telefoon redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof, niet uit de bewijsmiddelen kan volgen.
tweede middelklaagt dat het hof het verzoek tot het horen van de getuigen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft afgewezen.