Conclusie
“overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 15, eerste lid, van de Wet herstructurering varkenshouderij, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd”veroordeeld tot een geldboete van € 75.000,-.
eerste middelklaagt over de motivering van het bewezenverklaarde opzet.
“A.
B.1
B.2
B.3
B.4
nietaan deze pachters zouden worden toegekend. Dit arrest van de Hoge Raad past geheel in de lijn van het Porsche-arrest van 15 oktober 1996,
NJ1997/199. Voorwaardelijk opzet vereist immers niet alleen wetenschap van de aanmerkelijke kans dat het kwalijke gevolg zal intreden. Tevens is vereist dat de verdachte het intreden van die kwade kans heeft aanvaard en op de koop toe heeft genomen, en dit door te handelen terwijl hij niet vertrouwde op de goede afloop. In de woorden van de Hoge Raad in het eerdergenoemde Porsche-arrest:
aldus(cursivering: DA) door varkens te houden alvorens door het College van beroep voor het bedrijfsleven uitspraak was gedaan in de procedure voor het verkrijgen dan wel toegekend krijgen van varkensrechten bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij varkens zou houden zonder dat de varkensrechten aanwezig waren.
mocht(cursivering: DA) vertrouwen dat het varkensrecht aan haar overgedragen zou worden, betekent nog niet dat dit vertrouwen bij de verdachte afwezig was. Indien werkelijk bestaand vertrouwen op een goede afloop misplaatst is, duidt dat op bewuste schuld. (Misplaatst) vertrouwen laat zich echter niet verenigen met ’s hofs oordeel dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard (en op de koop toe heeft genomen) dat zij varkens hield zonder het vereiste varkensrecht.
onvoorwaardelijk opzet. De vraag of verdachtes vertrouwen op de goede afloop gerechtvaardigd was, raakt m.i. vervolgens aan de verwijtbaarheid van het opzettelijke gedrag.
tweede middelklaagt dat het hof heeft nagelaten te beslissen op een in de appelschriftuur ingenomen verweer strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging wegens strijd met het ‘ne bis in idem’-beginsel.