Conclusie
“Beoordeling van de vordering
Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 34.651,58.
€ 34.651,58. Deze verplichting zal hoofdelijk worden opgelegd, nu de veroordeelde het voordeel naar het oordeel van het hof tezamen met medeveroordeelde [medeverdachte] heeft genoten.
BESLISSING
€ 84.042,68 (vierentachtigduizendtweeënveertig euro en achtenzestig eurocent).
€ 34.654,56 (vierendertigduizendzeshonderdéénenvijftig euro en achtenvijftig eurocent).”
tweede middel. Daarin wordt geklaagd dat de grondslag voor de ontneming (onder meer) de periode van 7 februari 2008 t/m 20 juni 2011 bestrijkt, terwijl art. 36e, zevende lid, Sr eerst op 1 juli 2011 in werking is getreden, zodat het Hof ten aanzien van voornoemde periode een gemotiveerde beslissing had moeten nemen omtrent het deel van het wederrechtelijk voordeel dat daadwerkelijk door de betrokkene is genoten.
eerste middeldat inhoudt dat in de strafzaak niet is bewezenverklaard dat de betrokkene het witwassen tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd. Ook voor zover het gaat om het bewezenverklaarde gewoontewitwassen vanaf 1 juli 2011 is het ontnemingsarrest van het Hof gezien de in het zevende lid gestelde voorwaarde niet zonder meer begrijpelijk, nu het Hof de betrokkene inderdaad van het onder 1 primair tenlastegelegde “tezamen en in vereniging met een ander of anderen” heeft vrijgesproken.