ECLI:NL:PHR:2014:1576

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2014
Publicatiedatum
27 augustus 2014
Zaaknummer
13/04398
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 4 Wet op de GeneesmiddelenvoorzieningArt. 3 onder C OpiumwetArt. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen schriftuur houdende middelen

De verdachte was door het gerechtshof te ’s-Gravenhage veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden met aftrek van voorarrest wegens medeplegen van opzettelijke overtreding van voorschriften uit de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening en de Opiumwet.

De verdachte stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Na aanzegging van het cassatieberoep op 24 september 2013 liep de wettelijke termijn voor het indienen van schriftuur houdende middelen op 25 november 2013 af. Gedurende deze termijn werd geen schriftuur houdende middelen ingediend.

Op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de verdachte niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen indien hij niet tijdig schriftuur houdende middelen indient. De conclusie van de procureur-generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk verklaart in het cassatieberoep.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 13/04398 E
Zitting: 10 juni 2014
Mr. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof te ’s-Gravenhage heeft bij arrest van 3 februari 2012 de verdachte ter zake van 3. en 4.
“medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3, vierde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, meermalen gepleegd”en 5.
“opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen en de teruggave gelast aan de verdachte van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, een en ander zoals vermeld in het bestreden arrest.
2. Deze zaak hangt samen met zaaknummers 12/01257 E, 13/04334 E, 13/04394 E en 13/04396 E. In alle zaken zal ik vandaag concluderen.
3. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld.
4. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 24 september 2013 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 25 november 2013. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG