ECLI:NL:PHR:2014:1623
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs voor uitvoer grote hoeveelheden hasj en hennep
De Hoge Raad heeft het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigd voor zover het betrekking heeft op de bewezenverklaring en strafoplegging voor het medeplegen van uitvoer van grote hoeveelheden hasj en hennep. Het hof had verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro A van de Opiumwet.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zich ten onrechte had gebaseerd op feiten en omstandigheden die niet uit de gebezigde bewijsmiddelen blijken en dat het hof onvoldoende had onderbouwd dat verdachte betrokken was bij de uitvoer van drugs in de periode van 7 april 2005 tot en met 18 oktober 2006. De bewijsmiddelen ontbraken om vast te stellen dat verdachte contact had met medeverdachte 7 of dat hij betrokken was bij de transporten naar het Verenigd Koninkrijk.
Wel erkende de Hoge Raad dat het hof terecht had vastgesteld dat de dozen met drugs bestemd waren voor een persoon aangeduid als "Brt", die met verdachte werd geïdentificeerd. Echter, de bewijsvoering voor de uitvoer in de genoemde periode en de betrokkenheid van verdachte was ontoereikend. Het cassatieberoep werd gegrond verklaard en de zaak werd terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad.
Daarnaast werd een overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld, wat bij een eventuele veroordeling in de hernieuwde procedure in aanmerking kan worden genomen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs voor uitvoer in de tenlastegelegde periode.